Anthony ‘Tony’  Compton Lundie werd  op 20 februari 1915 geboren in Oakburn, Manitoba als zoon van Cuthbert en Mrs. M. Compton Lundie uit Duncan British Columbia.

Hij was lid van the Church of England. Zijn sporten waren tennis, rugby en vissen en hij las fictie en reismagazines. Hij bestuurde en organiseerde ook bij sportclubs.

Na het voltooien van zijn High School onderwijs op Vancouver Island, vond hij werk als commerciële kantoorbediende  en in 1935 trad hij toe tot de 1e Bn van The Canadian Scottish Regiment in Victoria British Columbia.

Na verhuisd te zijn naar Duncan British Columbia, werd hij op 6 september 1939 private (soldaat) in de 2e Bn (MG) en een week later benoemd tot L/Cpl.

Op 25 januari 1940 werd hij bevorderd tot korporaal en dezelfde dag benoemd tot Lance Sergeant.

Hij werd bevorderd tot sergeant op 11 juni 1940 en, als een categorie “A” vrijwilliger, werd hij overgeplaatst naar het 1st Bn voor overzeese dienst op 19 juni 1940.

In de tussentijd was hij getrouwd met Mary Agnes Compton Lundie en  werd hij in oktober 1940 overgeplaatst naar het Debert Camp, Nova Scotia en hij ging overzees naar Greenock, Schotland op 2 september 1941.

Als een zeer gewaardeerde senior NCO, werd hij geselecteerd voor de terugkeer naar Canada op 7 april 1942 als kandidaat voor de opleiding tot officier en hij studeerde af in het begin van september als een 2e luitenant bij OTC (WC) in Victoria. Op 10 december 1942 sloot hij de opleiding af en werd hij benoemd tot luitenant (Infanterie) bij A.16 in Calgary en kwam weer terug in het Verenigd Koninkrijk op 18 december 1942.

Op 16 januari 1943 kwam hij weer bij de 1e Bn en werd benoemd tot 21 C van de nieuw gevormde Anti-Tank Platoon of Support Coy. In deze functie landde hij op 6 juni 1944 in Normandië op D-Day, en werd bevorderd tot kapitein en OC A-Tk Platoon op 6 november 1944.

Op 6 februari 1945 werd hij adjudant, en op 10 februari werd hij aangesteld om het commando te voeren over the ‘D’ Coy in de waarnemende rang van majoor.

Hij vocht in het Moyland Wald, bij Emmerich (Duitsland) na het oversteken van de Rijn en daarna bij Deventer, en onderscheidde zich door moed en opvallend goede inzet.

Anthony sneuvelde op zaterdag 21 april 1945, op de leeftijd van 30 jaar bij de bevrijding van Wagenborgen. Hij werd tijdelijk begraven in Siddeburen en op 15 februari 1946 herbegraven in Holten.

Zijn medailles waren: 1939-45 Star, France Germany Star, Defence Medal; War Medal; CVSM & Clasp en ” Mentioned in Dispatches f o r gallantry and distinguished service.

Zijn naam staat op het monument  in Wagenborgen.